top of page

Hoe jonge topsporters zich kwetsbaar opstellen: ‘Toen werd ik echt boos op mijn coach’

  • Foto van schrijver: Pascal Veltman
    Pascal Veltman
  • 21 apr
  • 6 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 4 mei

De hoeveelheid aandacht voor mentale gezondheid in de topsport groeit, maar zit een harde prestatiecultuur het tonen van kwetsbaarheid juist niet in de weg? Jonge topsporters Gijs Koehoorn (17), Bibi Arts (21) en Hylke de Boer (22) vertellen hoe ze tijdens hun nog prille carrière het taboe langzamerhand zien verdwijnen.


Gijs Koehoorn

Het water stroomt door de aderen van Gijs Koehoorn, wiens vader professioneel wedstrijdzwemmer was. Het 17-jarige talent barst van het zelfvertrouwen en traint zo’n tien keer per week bij zwemvereniging HZ&PC in Heerenveen. Die inspanningen blijven niet zonder resultaat, want hij hoort in zijn leeftijdscategorie bij de drie beste zwemmers van Nederland op de 50 meter en 100 meter vlinderslag.


Gijs Koehoorn voelt zich als een vis in het water bij HZ&PC. Foto: Eredivisie

“Het hele lichaam gaat er tijdens een training aan”, waarschuwt Koehoorn. “Je moet mentaal dan wel kunnen doorzetten. Als je niet lekker in je vel zit, gaat het qua prestaties al snel heel veel minder. Omdat we best wel zwaar en veel trainen, zit je er na de tijd echt doorheen. Genoeg eten en rust houden is heel belangrijk, net als het aanvullen van suikers tijdens het trainen. Als je een energiedip krijgt, ga je mentaal ook snel achteruit.”


Zijn vader Richard (46) werd in 2019 hoofdcoach en sinds zijn aantreden is de vereniging aan een opmars bezig. De club eindigde dit seizoen in de eredivisie op een historische vierde plek. Volgens de student technische bedrijfskunde is een sterke familieband creëren het geheim. “Iedereen is heel open naar elkaar. Als er vervelende opmerkingen gemaakt worden, wordt iemand daar meteen op aangesproken. De betere zwemmers fungeren als voorbeeld en proberen tegen iedereen vriendelijk te zijn. Dat zorgt ervoor dat mensen opener zijn en conflicten snel uitgepraat worden. Dit werkt geweldig, want vergelijken met andere clubs zijn we één hechte familie.”


De teamgeest is heel belangrijk, maar té gezellig wordt het niet. “We weten van elkaar wanneer het serieus is. Dan is iedereen ook echt stil. Als we fit zijn worden we gepusht om door te zetten, maar als mijn vader weet dat iemand ergens mee zit, mag diegene het rustiger aandoen. Hij praat heel veel met mensen, waardoor zij open durven te zijn over mentale klachten. Ook de introverte zwemmers in de groep doen dat, al zijn zij minder open naar baangenoten.”

Gijs Koehoorn, links in actie. Foto: Eredivisie


Volgens Koehoorn wordt er niet veel op mentale gezondheid gehamerd, omdat het binnen de groep al heel bespreekbaar is. De 17-jarige zwemmer vindt desondanks dat er nooit genoeg aandacht voor kan zijn. “Ik denk dat wij redelijk uniek zijn binnen het zwemmen. Ik hoor verhalen over pestgedrag, onvriendelijke opmerkingen en discriminatie bij andere clubs. Zij worden te veel losgelaten omdat ze toch wel oud en wijs genoeg zijn. Maar een grote mond hebben omdat je beter bent, kan gewoon niet.”


Maatregelen om de kans op grensoverschrijdend gedrag te verkleinen

NOC*NSF onderscheidt verschillende soorten grensoverschrijdend gedrag, waaronder pesten, seksuele intimatie of misbruik, intimidatie en machtsmisbruik en discriminatie. De organisatie zet zich samen met sportclubs, bonden en gemeenten in op preventie door scholingen, voorlichtingen en informatiebijeenkomsten te organiseren voor sporters, trainers en andere groepen. Daarnaast zijn het aanstellen van een vertrouwenspersoon en het gebruikmaken van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) preventiemaatregelen die sportclubs kunnen nemen.


Bibi Arts

Ze begon tegelijk met de bekende zusjes Xandra en Michelle Velzeboer aan haar shorttrackcarrière en reist inmiddels de hele wereld over voor wereldbekers: Bibi Arts (21) mocht dit seizoen voor het eerst aansluiten bij het nationale team. Een mijlpaal die vanwege een ernstige blessure in haar stoutste dromen niet voorkwam.


Haar doorbraak vond een seizoen eerder plaats, toen ze naar China en Zuid-Korea vloog, ze de olympische baan in Milaan testte en als klap op de vuurpijl gevraagd werd voor TeamNL. Na dat ‘gouden’ seizoen, kreeg ze een mentale inkakker. “Ik kon het allemaal niet echt verwerken. Je hebt in de topsport heel veel tegenslagen, maar ineens lukte alles. Toen realiseerde ik me waar ik vandaan kom en dat ik hier als klein meisje van droomde.”

Bibi Arts op het shorttrackijs. Foto: Arnoud Kos

Als 15-jarige kreeg Arts een enorme klap te verwerken. Een zware schouderblessure zorgde een jaar lang dag en nacht voor pijn waardoor ze amper kon functioneren. “Ik heb hulp gehad van een sportpsycholoog, maar ik denk niet dat je zoiets ooit helemaal kan verwerken. Je bent gewoon machteloos. Ze wisten niet of ik ooit beter zou worden. Ik heb er uiteindelijk bijna twee jaar uitgelegen en moest weer vanaf nul beginnen. Daarom kwam het vorig seizoen extra hard aan, maar dan als een positieve klap.”


De 21-jarige student heeft gedurende haar hele carrière altijd iemand gehad bij wie ze terecht kon, al waren daar soms wel harde woorden voor nodig. “Ik ben een keer boos geworden op een coach in mijn opleidingsteam, omdat hij weinig interesse in de mentale kant toonde. Daar is hij toen zo van geschrokken dat hij daar nu wel veel aandacht voor heeft. Je moet echt geluk hebben met trainers. Bij het nationale team heb ik een keer een gesprekje met de assistent-coach gehad over de stress voor kwalificatiewedstrijden. Het is maar net wie je onbewust kiest of wie doorvraagt. Voor de rest ligt de verantwoordelijkheid bij jezelf.”


De shorttrackster kwam bij het nationale team in een warm bad terecht waarin iedereen heel open is. “Dan weet je dat je zelf ook iets kan delen. Dat komt mede doordat we een jonge groep hebben. Vroeger hoefde je daar echt niet over te beginnen, maar nu is dat taboe er denk ik niet meer. Op een gegeven moment is er ergens een drastische switch gekomen. Als het niet gaat, gaat het niet, maar er moet ook gepresteerd worden. Op het afgelopen WK zat Xandra er helemaal doorheen, maar ze werd dusdanig goed gecoacht dat ze toch nog alles eruit kon persen. Zolang het maar binnen je eigen grenzen gebeurt.”


Coaches spelen een belangrijke rol bij het verminderen van het taboe


Het Internationaal Olympisch Comité stelde een Mental Health Toolkit samen met als doel sporters, coaches en organisaties te helpen om de mentale gezondheid van atleten beter te begrijpen en te verbeteren. Uit het rapport blijkt dat het zoeken naar hulp bij mentale klachten vermoeilijkt wordt door barrières als het stigma, het gebrek aan tijd, het ontkennen van het probleem en de impact ervan. Volgens het IOC spelen coaches daarom een cruciale rol door gesprekken over mentale gezondheid te normaliseren, hulp zoeken aan te moedigen, samen te werken met rolmodellen en communicatieve vaardigheden als empathisch luisteren te oefenen.


Hylke de Boer


Ook bij Hylke de Boer (22) valt de appel niet ver van de boom. Zijn vader stak de hele familie aan met het schaatsvirus. De student docent geschiedenis begon op zijn zesde en richt zich voornamelijk op de marathon. IJsstadion Thialf is zijn thuisbasis, maar voor schaatsen op natuurijs in Zweden en Oostenrijk draait hij zijn hand niet om.

Hylke de Boer tijdens een wedstrijd op natuurijs. Foto: Vincent Riemersma Het begin van het seizoen verliep voor de boerenzoon allesbehalve vlekkeloos. “Ik viel vaak en had behoefte aan rust, terwijl we pas net bezig waren. Dan kan het seizoen lang duren, zeker omdat het al snel winter wordt. Schaatsen is een gevoelssport, dus als je je niet goed voelt, schaats je ook niet goed. Dan verlies je motivatie en dat gaat ten koste van je prestaties. Ik was er op een gegeven moment echt klaar mee. Pas toen ik met mijn materiaal aan de slag ging, maakte ik grote stappen.” De twijfels en stress verdwenen als sneeuw voor de zon en als kers op de taart won De Boer een marathonwedstrijd (150 kilometer) in Zweden.


Tijdens de mindere start van het seizoen kon hij zijn ei kwijt bij zijn team en bij broer Tjerk, eveneens langebaan- en marathonschaatser. Een sportpsycholoog heeft hij niet nodig. “Uiteindelijk moet je het wel zelf oplossen, maar iedereen wil je helpen en niemand vindt het erg om te horen waar jij mee zit. Het taboe zit denk ik vooral bij de persoon zelf, die de schaamte aan de kant moet zetten. Bij voetbal is het veel lastiger om open te zijn doordat de schijnwerpers er vol op staan en iedereen er wat van vindt. Onze sport staat veel meer in de schaduw en is een hechte gemeenschap. Ook met je tegenstanders heb je veel contact”, zegt De Boer, die kort geleden de overstap maakte van team Royal A-Ware naar De Haan Westerhoff.


Jezelf verder ontwikkelen is volgens de Fries een extra motivatie om open te zijn over mentale klachten. “Je wil niet ergens in blijven hangen en op zoek naar oplossingen. Dan is het altijd goed om je gevoelens te uiten. Als je in het buitenland bent en met een ploeggenoot op de kamer ligt, kan je daar gewoon een open gesprek over hebben. Je traint samen keihard en ziet samen af. Dat betekent niet dat je je niet kwetsbaar mag opstellen. Door alles met elkaar te doen, creëer je wederzijds respect en vertrouwen.”

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page