top of page

Keiharde topsportcultuur maakt plaats voor meer zachtheid: ‘Wat heb je aan een prestatie als je er niet van kan genieten?’

  • Foto van schrijver: Pascal Veltman
    Pascal Veltman
  • 4 mei
  • 4 minuten om te lezen

Hoewel topsporters volgens NOC*NSF lang niet altijd tevreden zijn met de begeleiding, is er meer ruimte om te praten over mentale problemen. Volgens schaatscoach Daan van den Boom is het beeld van een keiharde topsportcultuur achterhaald en is juist een gezonde portie zachtheid belangrijk.


Als een zelfverzekerde leraar voor een groep brugpiepers, staat Van den Boom uitleg te geven aan zijn team. Niet op het ijs, vanwege het einde van het seizoen, maar in een lokaal. Begin dit jaar richtte de 24-jarige student Bewegingswetenschappen met Schaatsteam INEO zijn eigen opleidingsploeg op.


De assistent-trainer van Team Staan – CTS GROUP, noemt het een “flinke stap”. “In een maand is het van een idee naar een team gegaan, dat is best bizar. Ik heb nu drie assistent-trainers en elf schaatsers”, vertelt hij enthousiast. Dat de rol van trainer een hele verantwoordelijkheid is, weet hij als geen ander. Dat de begeleiding daaromheen tip top in orde moet zijn, hoef je hem ook niet te vertellen.


Daan van den Boom voor zijn nieuwe groep talenten.


Onafhankelijke rol


De hoofdtrainer volgde bij de KNSB verschillende opleidingen en kreeg in de derde training (van de vier) voor het eerst een mentale module over hoe je sporters weerbaarder maakt, hoe je ze om leert gaan met tegenslagen en hoe je voor een veilig sportklimaat zorgt. De hoofdcoach is verantwoordelijk, maar die hoeft volgens Van den Boom niet altijd het eerste aanspreekpunt te zijn als een sporter mentale klachten heeft.


Bij team Staan kregen de voedings- en materiaaldeskundige af en toe onbewust die rol. “Als coach heb je verschillende hoeden op en dat maakt de rol moeilijk, zeker omdat het team elk jaar verandert. Een coach moet uiteindelijk een bepaald oordeel geven aan een sporter omdat hij er baat bij heeft dat iemand goed presteert. Een sportpsycholoog heeft dat bijvoorbeeld niet, waardoor het goed is om iemand in zo’n onafhankelijk rol erbij te hebben.”

Voorbeelden in de sport


Volgens het internationaal Olympisch Comité (IOC) spelen coaches een grote rol om gesprekken over mentale gezondheid te normaliseren en sporters aan te moedigen naar het zoeken van hulp. Communicatieve vaardigheden zijn daarom essentieel, net als het promoten van rolmodellen. Turnster Simone Biles, voetballer Guus Til, maar ook toptennisser Alexander Zverev zijn voorbeelden voor hun sport.


Zo doorbrak Biles ten overstaan van de hele wereld het taboe toen ze op de Spelen in Tokio bekende te kampen met mentale blokkades en angst. Zverev deed juist uit te doeken dat hij zich vaak eenzaam voelt en het daar heel moeilijk mee heeft. Dichter bij huis sprak PSV-spits Guus Til openhartig over het plezier dat hij verloor in het spelletje.

Op wie een sporter ook afstapt om zijn hart te luchten over een relatie die uit is, negatieve gedachten of ‘gewoon’ een baaldag: Van den Boom hamert op het belang van een persoonsgerichte aanpak. “Ook op momenten dat er niets aan de hand is, moet je mensen aandacht geven. Vragen hoe het met iemands katten gaat, bijvoorbeeld. Dat soort kleine momenten kunnen waardevol zijn en je kan daar vaak een hoop informatie uithalen. Maar er is niet een one-size-fits-all principe. De ene sporter vindt het fijn om over zichzelf te praten, terwijl de ander daar lang niet altijd behoefte aan heeft.”


Begeleiding kan beter


Toch gaat het op dat laatste punt nog vaak mis. Uit onderzoek van NOC*NSF blijkt dat meer dan de helft van de TeamNL-sporters de (mentale) begeleiding te karig vindt. Van den Boom erkent dat het “altijd beter kan”. Hoewel hij het gebruik van een sportpsycholoog door teams toejuicht, heeft hij in zijn nieuwe team niet eentje in vaste dienst. Wel stelt hij een vertrouwenspersoon aan.


“Soms is het ook een financiële kwestie. Je bent vaak afhankelijk van sponsorgeld of fondsen. Daardoor hebben veel teams weinig budget en is er niet altijd ruimte voor een fulltime sportpsycholoog. Dat zijn afwegingen die je moet maken op een iets lager niveau in de sport. Het is wel altijd belangrijk dat coaches sporters kunnen doorverwijzen, bijvoorbeeld naar een sportpsycholoog in de buurt.”


Daan van den Boom op het ijs. Eigen foto


Volgens hoogleraar Sport Psychologie Nico van Yperen is er nog weleens sprake van miscommunicatie. Een trainer schat volgens hem niet altijd in welke behoefte een sporter heeft, maar de intentie van de coach kan ook verkeerd begrepen worden, schrijft hij. Van Yperen vindt het daarom belangrijk dat trainers meer kennis ontwikkelen over mentale ondersteuning en ‘psychologische behoeftes leren herkennen en achterhalen door te observeren, actief te luisteren en open vragen te stellen.’


Van den Boom kan zich vinden in de woorden van Van Yperen, maar ziet het in de praktijk nog weleens misgaan. “Je moet luisteren naar het verhaal, doorvragen en niet te snel conclusies trekken. Sommige coaches drukken meteen een stempel op een verhaal op basis van vooroordelen, maar achteraf blijkt er vaak toch meer aan de hand te zijn. Het kan geen kwaad om drie keer door te vragen.”


Harde cultuur verleden tijd

Een meerderheid van de sporters geeft aan open te kunnen praten over mentale klachten. De harde topsportcultuur die alleen maar om presteren draait, is volgens Van den Boom achterhaald en schuurt daarom niet met het tonen van kwetsbaarheid. “Je hebt op bepaalde momenten ook zachtheid nodig. Er zijn een hoop sporters die presteren terwijl ze niet lekker in hun vel zitten, maar het is veel duurzamer om een manier te vinden waarop mensen én goed in hun vel zitten en zich sociaal veilig voelen én kunnen presteren. Wat heb je aan een prestatie als je er niet van kan genieten?”

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page